03 februari 2026

Het celgetal van de Nederlandse melk is in 2025 fors gedaald. Gemiddeld bevatte de melk 184.000 cellen per milliliter, een daling van 15.000 cellen (-7,5 procent). 

Dat blijkt uit het jaarlijkse overzicht van de melkkwaliteit van zuivellaboratorium Qlip. 

Derde jaar op rij verbetering

Het is het derde jaar op rij dat het celgetal progressie toont (zie figuur 1). Vorig jaar kwam het gemiddelde celgetal voor het eerst sinds de invoering van een nieuwe referentie in 2022 weer onder de 200.000 uit. De verbetering van het celgetal is ook zichtbaar in het percentage melkmonsters met een celgetal boven de 400.000. Dat bleef afgelopen jaar steken op 2,03 procent. Ter vergelijking: drie jaar geleden was dat nog 3,65 procent.

Kiemgetal licht gestegen

Het kiemgetal, een maat voor het aantal bacteriën in de melk, blijft wel licht oplopen. In 2025 steeg het kiemgetal van 14.200 naar 15.400 kve (kiemvormende eenheden) per milliliter. In de periode 2014 tot en met 2023 schommelde het kiemgetal steeds tussen de 13.100 en 13.900 kve. 

Het percentage groeiremmende stoffen (residuen van antibiotica) daalde afgelopen jaar tot 0,007 procent. 

Ureum blijft dalen

Het ureumgehalte in de Nederlandse boerderijmelk blijft ook dalen. Afgelopen jaar noteerde Qlip een gemiddeld ureumgehalte van 19,5 mg per 100 gram melk. Dankzij de focus op eiwitbenutting daalde het ureumgehalte sinds 2018 met ruim 3,5 mg per 100 gram melk (zie figuur 2).